Kindregelingen: financiële tegemoetkoming voor ouders

22 december 2019

Met ingang van 1 januari 2015 zijn er vier kindregelingen die ouders een financiële tegemoetkoming bieden bij de zorg voor hun kinderen.

De volgende drie kindregelingen geven ouders een recht op een bijdrage van de overheid:
de kinderbijslag, het kindgebonden budget en de kinderopvangtoeslag.
De vierde regeling biedt een korting op de te betalen inkomstenbelasting voor werkende ouders:
de (inkomensafhankelijke) combinatiekorting.

Kindregelingen geven ouders een financiële tegemoetkoming

Kindregelingen: financiële tegemoetkoming voor ouders

Financiële tegemoetkomingen van de overheid voor ouders: kinderbijslag, kindgebonden budget, kinderopvangtoeslag en combinatiekorting

Kinderbijslag

De kinderbijslag geldt voor de ouder met een kind jonger dan 18 jaar.
Als de ouders en het kind samenwonen, dan is één van de ouders de aanvrager van de kinderbijslag.
U vraagt de kinderbijslag aan bij de
Sociale Verzekeringsbank (SVB).
Op de site van de SVB vindt u meer informatie hierover.

De uitbetaling van de kinderbijslag is eenmaal per kwartaal. De bedragen per kind en per kwartaal vindt u hierboven. Zoals u ziet is het bedrag afhankelijk van de leeftijd van het kind. De kinderbijslag ontvangt u direct na afloop van een kwartaal.

Bij co-ouderschap kunnen de ouders kiezen wie voor het kind de aanvrager van de kinderbijslag is.

Kinderopvangtoeslag en Kindgebonden budget

Gaan uw kinderen naar de kinderopvang? U kunt dan misschien kinderopvangtoeslag krijgen.
De kinderopvangtoeslag is een bijdrage in de kosten die u maakt voor de opvang. Meer informatie hierover vindt u op de site van de belastingdienst.

Het kindgebonden budget is een bijdrage in de kosten van een kind jonger dan 18 jaar.
De ouder op wiens naam de kinderbijslag staat, vraagt het kindgebonden budget aan. Hoe hoger uw inkomen, hoe lager het kindgebonden budget.

U kunt een proefberekening maken voor de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget: proefberekening toeslagen.

Meer kindgebonden budget voor alleenstaande ouder

Een alleenstaande ouder krijgt een toeslag op het kindgebonden budget. Is uw bruto inkomen lager dan € 21.431 in 2020 dan is de toeslag € 3.190 per jaar. Is uw inkomen hoger, dan vermindert de toeslag.

Vermogenstoets bij kindgebonden budget

Overigens geldt voor het kindgebonden budget ook een vermogenstoets: heeft u als alleenstaande ouder een vermogen meer dan € 85.767 (2020), dan vervalt het recht op een kindgebonden budget. Een eigen woning wordt hierbij niet tot het vermogen gerekend.

Combinatiekorting voor werkende ouder

De combinatiekorting krijgt u via de aangifte inkomstenbelasting. Het is een korting op de belasting die u moet betalen. Hebt u een fiscale partner, dan krijgt alleen degene met het laagste inkomen de korting.

U komt in aanmerking voor de korting als het kind dat op uw adres is ingeschreven op
1 januari jonger is dan 12 jaar. Hebt u meer kinderen, dan geldt dat het jongste kind aan deze voorwaarde moet voldoen.
De tweede voorwaarde is dat u inkomen uit arbeid heeft. Het gaat daarbij om een inkomen van ten minste € 5.072 bruto per jaar. Een zelfstandige die in aanmerking komt voor de zelfstandigenaftrek heeft ook recht op de combinatiekorting.

Het kind dat jonger is dan 12 jaar moet ten minste 6 maanden van het jaar op uw adres staan ingeschreven. Voor co-ouders geldt een uitzondering: u hebt allebei recht op de korting, mits het kind doorgaans 3 dagen per week bij u (en ook bij de andere ouder) verblijft. Met 3 hele dagen bedoelen de belastingdienst 3 keer 24 uur per week. U voldoet ook aan deze eis als het kind om de week bij de ene en de andere ouder verblijft.
Als u na 1 juli van het jaar uit elkaar gaat, hebt u voor het eerst met ingang van het volgende kalenderjaar allebei recht op  de combinatiekorting.

Het bedrag van de combinatiekorting is in 2020 maximaal € 2.881 per jaar.
Dit bedrag wordt één keer per huishouden uitbetaald.